Alpine Skiën

Als nieuwe skiër wordt je in het begin vaak gebombardeerd met vaktermen en uitspraken waar je geen idee van hebt. Hier proberen we in het kort in te gaan op het begrip Alpine skiën. Nooit meer met de mond vol tanden staan, maar lekker meepraten tijdens de apres ski!

Wat is Alpine Skiën?

In tegenstelling tot wat het woord doet geloven, skiën Alpine skiërs niet alleen in de Alpen. De uitdrukking Alpine skiër heeft geen betrekking op de geografische locatie, maar op de wijze waarop de skischoen bevestigd is aan de ski!

Wat is het verschil tussen Alpine Skiën en het skiën op “Noordse wijze”?

alpine1De allereerste ski’s waren planken die met veters en banden onder de normale schoen gebonden werden. Doordat de hak vrij beweegbaar bleef, was dit de ideale manier om lange afstanden (cross country skiën en langlaufen) af te leggen. Maar de skiër zocht nieuwe uitdagingen: scherpere hellingen, steilere afdalingen en zelfs grotere springen. Het nadeel van de enkele voetneus verbinding met de ski was natuurlijk dat zo’n binding los kon raken, en dit zorgde voor veel verzwikte enkels en valpartijen. Eind 19e eeuw bedacht Mathias Zdarsky dat het beter zou zijn een speciale schoen aan de ski te monteren De oude manier van skiën, (met de hak los), kreeg de naam Alpine skiën, en de ski met de volledig vaste schoen kreeg de naam “op Noordse wijze”.
De ski’s van Alpine skiërs zijn voorzien van speciale bindingen waar je de speciale stevige, hoge skischoen in kunt klikken. De skilatten zijn 6 cm of meer breed en hebben ter versteviging een ijzeren rand. Net als bij het langlaufen en cross country skiën wordt er gebruik gemaakt van 2 korte stokken voor de voortbeweging en het sturen.

De verschillende disciplines in het Alpine Skiën

Inmiddels heeft het Alpine skiën de Noordse wijze haast verdrongen. De Noordse wijze wordt nog wel gebruikt in het cross country skiën, langlaufen en ski springen. Door de komst van de ski liften is het veel gemakkelijker geworden om hogere bergen te bereiken en hiervan af te dalen. Het Alpine skiën is inmiddels razend populair in alle bergachtige gebieden die in de winter sneeuw hebben.

Het alpine skiën is weer onder te verdelen in verschillende categorieën:

  • Slalom. Een wedstrijd waarin het gaat om wie in de snelste tijd een afdaling kan maken, waarin een route met poortjes is uitgezet die de skiër dwingt bochten naar links en rechts te maken
  • Reuzenslalom. De afstand van de totale afdaling en de afstand tussen de poorten is groter. De gemiddelde snelheid tijdens een wedstrijd kan oplopen tot wel 80 km per uur.
  • Super G. Super G staat voor Super Giant Slalom. De afdalingshoogte 500 tot 600 meter en worden er minimaal 35 poortjes geplaatst die links of rechts gepasseerd dienen te worden.
  • Afdaling. De Afdaling is het oudste onderdeel van het alpine wedstrijdskiën en wordt ook wel het koningsnummer genoemd. Bij deze race zijn snelheid en terreinkennis belangrijk. De deelnemer wordt beoordeeld op verschillende onderdelen zoals de houding, omgaan met natuurelementen, en de sprongen en het bochtenwerk want in het parcours zit.
  • Alpine combinatie. Een combinatie van een vorm van Slalom en Afdaling of cross country skiën.skiing2